Bram met Belle (l) en Eva op de achtergrond: Ramon van Bentum
Bram met Belle (l) en Eva op de achtergrond: Ramon van Bentum
Zorgplicht voor de Wolf
De bescherming van de wolf in Nederland draait om een pakket van juridische, ecologische en maatschappelijke voorwaarden. Dit rapport gaat met name in op de zorgplicht van de provincie Utrecht, maar geldt grotendeels ook voor de andere provincies.
Door Rick van Malssen, wolvenecoloog en expert Wolfwerende rasters
Juridische eisen
De wolf is beschermd onder de Europese Habitatrichtlijn. Dat betekent verbod op doden, vangen of verstoren, het verbod op het vernielen van rust- en voortplantingsplaatsen. Uitzonderingen zijn alleen mogelijk onder strenge voorwaarden.
Ingrijpen (bijv. verjagen of afschot) mag alleen als er geen andere oplossing is, er een zwaarwegend belang is (bijv. openbare veiligheid) en de populatie niet in gevaar komt. De ecologische eisen die een wolf stelt aan zijn leefgebied zijn voldoende ruimte in rustige gebieden met dekking (bossen, heide) en weinig verstoring. Voldoende prooidieren zoals reeën, edelherten en wilde zwijnen, zodat wolven geen reden hebben om vee te pakken. Preventie van conflicten met veehouderij is mogelijk en noodzakelijk met wolfwerende maatregelen in de vorm van goed geplaatste elektrische (nacht)rasters, zonodig nachtverblijven voor schapen, geiten, alpaca's en paarden of kuddebeschermingshonden in het geval van gescheperde kuddes op heidegebieden.
De provincie dient te voorzien in financiële ondersteuning vanuit de overheid, zoals subsidies voor preventieve maatregelen, schadevergoeding bij bewezen wolvenaanvallen, inclusief zonodig een controlesysteem dat verzekert dat de maatregelen naar behoren zijn toegepast.
Monitoring en kennis
Structurele monitoring dient te gebeuren via DNA-onderzoek, cameravallen en sporen om de gezondheid, groei of krimp van de populatie te kunnen controleren, gedrag te begrijpen en eventuele probleemwolven te herkennen.
Beleid en besluiten dienen wetenschappelijk onderbouwd te zijn en gebaseerd op feiten, dus niet gestoeld op incidenten, politieke druk of emoties vanuit lobbygroepen.
Maatschappelijke en bestuurlijke eisen
Draagvlak in de samenleving moet worden verkregen door goede objectieve voorlichting en transparante communicatie over risico’s en gedrag van wolven.
Er dient een duidelijke rolverdeling te zijn tussen Rijk, provincies, terreinbeheerders en veehouders.
Handhaving
Illegale vervolging of vergiftiging moet actief worden opgespoord en bestraft. Samenvattend vraagt de bescherming van de wolf in Nederland om strikte wetgeving, geschikt leefgebied, conflictpreventie, monitoring en maatschappelijk draagvlak. Provincies zijn in Nederland primair bevoegd gezag voor natuur en faunabeheer.
Taken
● Opstellen en uitvoeren van het wolvenbeleid.
● Het vertalen van Europese en nationale wetgeving naar provinciale regels. ● Afstemming met andere provincies en met het Rijk (interprovinciaal wolvenplan). ● Beslissen over ontheffingen voor ingrijpen bij wolven (verjagen, vangen of in uiterste gevallen en indien geen alternatieven mogelijk zijn, doden).
● Beoordelen of aan de strenge wettelijke criteria is voldaan.
Schadeafhandeling en preventie
● Het regelen van schadevergoeding voor veehouders via BIJ12.
● Financieren en subsidiëren van wolfwerende maatregelen (zoals rasters). ● Vaststellen van voorwaarden waaraan veehouders moeten voldoen om in aanmerking te komen voor vergoedingen en subsidies.(!)
● Monitoring en handhaving
● Organiseren van monitoring (DNA-onderzoek, cameravallen, sporenonderzoek). ● Laten uitvoeren van risico- en gedragsanalyses bij bijzondere incidenten. ● Handhaven op illegale vervolging samen met omgevingsdiensten en politie. ● Communicatie en veiligheid
● Publieksvoorlichting over samenleven met de wolf.
● Coördinatie bij incidenten met wolven, inclusief maatregelen rond openbare veiligheid.
Taken van terreinbeheerders
Terreinbeheerders (zoals Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, provinciale landschappen en particuliere beheerders) zijn verantwoordelijk voor het feitelijke uitvoerend natuurbeheer.
Dagelijks terreinbeheer
● Beheren van natuurgebieden waarin wolven leven of zich vestigen. ● Zorgen voor rust, dekking en kwaliteit van het leefgebied.
Monitoring in het veld
● Signaleren van wolven (sporen, waarnemingen, camerabeelden). ● Aanleveren van data aan provincies en onderzoeksorganisaties.
● Vroegtijdig melden van afwijkend of mogelijk probleemgedrag.
Preventie en inrichting
● Plaatsen of toestaan van rasters en afsluitingen in of langs natuurgebieden bijvoorbeeld bij schapenbegrazing en wegen.
● Afspraken maken met pachters en begrazingsprojecten over preventieve maatregelen.
Publieksbeheer
● Informeren van bezoekers via borden, folders, online info.
● Beheren van recreatiedruk om verstoring van de wolf te beperken. ● Handelen bij incidenten in hun gebied, bijvoorbeeld tijdelijk afsluiten van paden in overleg met de provincie.
Terreinbeheerders nemen geen beleidsbesluiten over wolven. Ingrijpen gebeurt alleen in opdracht of met toestemming van de provincie.(!)
Leefruimte voor de wolf
Hoeveel ruimte geef je aan een strikt beschermde soort in een klein, intensief gebruikt land en wat betekent dat voor recreatie? Welke ruimte heeft de wolf nodig?
Een wolf leeft niet in één natuurgebied. Een territorium beslaat in Nederland gemiddeld 200–300 km² afhankelijk van prooidichtheid en rust. In Nederland betekent dit een combinatie van grote natuurgebieden, agrarisch landschap en verbindingszones. Ruimte geven betekent niet dat het hele gebied afgesloten moet worden voor mensen, maar het gaat om de kwaliteit van die ruimte.
De wolf heeft vooral behoefte aan rustige kerngebieden, vooral in aanloop naar de paartijd en in de eerste maanden van het opgroeien van de welpen, en voldoende dekking, zoals bossen, struweel en heide. Van belang zijn verbindingen in de vorm van ecoducten, groene corridors en voldoende prooi.
Het gaat dus niet om het totaal van de oppervlakte, maar om waar en wanneer rust wordt geboden.
Wat betekent dit concreet voor recreatie?
Recreatie kan samengaan met de aanwezigheid van wolven, maar gedoseerd. In de praktijk komt dit neer op ruimtelijke en tijdelijke zonering:
In rustzones zoals kerngebieden met de nestlocatie dient er zeer beperkte of geen recreatie plaats te vinden. Dit is van het grootste belang in aanloop naar de voortplantingsperiode eind februari en in de dracht hierna tot eind april.
Ook de eerste maanden tijdens de ontwikkeling van de welpen en de socialisatieperiode is het elementair dat de dieren geen contact ondervinden met mensen, honden of andere verstoringsfactoren, zoals militaire oefeningen en verkeer.
Tijdelijke afsluitingen of omleidingen in een radius van twee kilometer rond het werphol zijn nodig om de welpen ongestoord te laten opgroeien zonder risico op later mogelijk ongewenst gedrag.
In een zone van een kilometer daaromheen zijn activiteiten als wandelen, fietsen en paardrijden beperkt toegestaan.
Honden dienen in gebieden waar wolven actief zijn ten allen tijde aangelijnd te zijn, op zo'n manier dat de hond onder directe controle van de begeleider staat.
Goede informatievoorziening en handhaving door terreinbeheerder en/of provincie is hierbij onontbeerlijk.
Intensieve recreatiezones buiten het kerngebied kunnen uiteraard het hele jaar op de gebruikelijke wijze benut worden, waarbij het advies geldt om honden aangelijnd te houden. Dit systeem wordt al toegepast voor andere gevoelige soorten (zoals broedvogels) en in rustgebieden voor wild in grote natuurgebieden op de Veluwe, in Drenthe en elders waar dat al gebruikelijk is.
Verhouding wolf ↔ recreatie
Juridisch gezien is de wolf strikt beschermd. Inmiddels is de status van bescherming vanuit de Habitatrichtlijnen verlaagd naar annex V, maar dezelfde beschermingsregels blijven gelden in ieder geval zo lang de gunstige staat van instandhouding nog niet bepaald is. Recreatie is een ondergeschikt belang hierbij.
Bij belangenconflictsituaties geldt dat bescherming van de soort zwaarder weegt dan recreatief gebruik van een gebied, tenzij er zwaarwegende veiligheidsredenen zijn. Ecologisch gezien mijden wolven mensen meestal actief. Problemen kunnen ontstaan vooral bij structurele verstoring van rustplekken, loslopende honden, voederen of gewenning aan veel menselijke aanwezigheid.
Goede recreatiesturing door terreinbeheerders en provincies voorkomt probleemgedrag. Dat is dus in belang van zowel recreanten als de wolf.
De wolvenleefgebieden in Nederland worden natuurlijk relatief intensief gebruikt voor recreatie. Hoeveel “ruimte” is maatschappelijk acceptabel en realistisch? Daarom dient de gemeenschappelijke ruimte slim ingericht te worden. De maatregelen dienen dynamisch, tijdelijk en seizoensgebonden te zijn. Heldere communicatie is noodzakelijk, zodat recreanten weten waarom iets wordt gevraagd of veranderd.
Het alternatief, overal en altijd recreatie toelaten en onbeperkt ruimtegebruik en activiteiten door de mens, zoals in sommige gebieden gebruikelijk was en helaas nog steeds is in Utrecht, vergroot juist de kans op incidenten, probleemgedrag en strengere maatregelen en kosten achteraf.
Ruimte geven aan de wolf betekent idealiter voldoende rustige kerngebieden bieden binnen een groter gedeeld landschap waarin recreatie mogelijk blijft, maar gericht wordt gestuurd.
Honden
Loslopende honden spelen een veel grotere rol dan vaak wordt gedacht. Ze zijn eigenlijk een sleutelfactor in het spanningsveld tussen wolf, natuurbeheer en recreatie.
We hebben gezien dat wolf “Bram” op landgoed Den Treek sinds maart 2023 geleidelijk via loslopende honden aan mensen gewend is geraakt. In zelfgekozen rustgebieden kwam deze wolf in contact met snuffelende loslopende honden die vervolgens de wolf ongewild naar de begeleider toestuurden.
Door het neutrale gedrag van de mens leerde “Bram” over een periode van enkele jaren keer op keer dat mensen geen enkel risico inhielden en de aangeboren vluchtafstand reduceerde geleidelijk van ca 100 meter tot 0 meter, een gewenningsproces. Beter zou het zijn om bij zo'n ontmoeting de wolf actiever te verjagen, door middel van schreeuwen (niet gillen!), takken gooien, zand schoppen of indien nodig een schijnuitval doen. De ontmoeting moet voor een wolf onprettig verlopen.
Voor een wolf is een hond een soortgenoot én indringer. Honden worden gezien als concurrerende caniden in het territorium en vormen een potentiële bedreiging, zeker in (aanloop naar) de paartijd, in de buurt van welpen of een prooi. Wolven reageren hierdoor feller op honden dan op mensen. Incidenten met wolven en mensen ontstaan vaak via de hond en dit verklaart waarom veel confrontaties plaatsvinden bij loslopende of ver vooruitlopende honden.
Loslopende honden kunnen wolven proactiever maken in plaats van ze te laten vluchten en dit kan leiden tot habituatie door wennen aan verstoring. Wolven worden richting paden en mensen getrokken door achtervolging van de hond en territoriaal gedrag. Dat vergroot het risico op probleemgedrag, ongewenste confrontaties en een potentiële kans op ingrijpen tegen de wolf.
In veel natuurgebieden geldt al een aanlijnplicht via de Wet natuurbescherming / Omgevingswet. Bij aanwezigheid van wolven is het juridisch goed verdedigbaar en vaak verplicht om aanlijnplichten uit te breiden en tijdelijk losloopgebieden te sluiten.
Beperkingen voor honden zijn proportioneel en preventief en dienen óók ter bescherming van de hond zelf. Bovendien kunnen loslopende honden broedvogels en zoogdieren verstoren en jonge dieren opjagen en doden. Met de wolf erbij stapelen deze effecten zich op en wordt rust in kerngebieden voor het wild extra cruciaal. Strikter hondenbeheer is dus paradoxaal genoeg wolvenbescherming, natuurbescherming én mensenbescherming.
Adviezen
● Honden altijd aangelijnd aan de korte lijn in wolvengebieden en dit is uiteraard aan te raden in elk natuurgebied.
● Duidelijke informatieborden en uitleg waarom deze aanpassing belangrijk is, maar ook strikte handhaving is hierbij onontbeerlijk.
Nogmaals, loslopende honden zijn één van de belangrijkste risicofactoren in het samenleven van mens en wolf, ze vergroten de kans op verstoring, escalatie, vervelende confrontaties en uiteindelijk de kans dat de wolf het onderspit delft.
Voldoet provincie Utrecht aan de zorgplicht die de EU eist bij beschermde soorten zoals de wolf?
Tot op heden is er helaas onvoldoende preventieve bescherming van het leefgebied van de wolf. Utrecht heeft geen actief ingerichte rust- en kerngebieden voor de wolf, terwijl bekend is dat wolven zich permanent in de provincie ophouden.
De Utrechtse Heuvelrug vormt al enkele jaren een van de kernleefgebieden voor wolven in Nederland, samen met de Veluwe en delen van Drenthe.
Er is de Provincie verwijtbaarheid aan te rekenen. De bescherming is grotendeels reactief (na incidenten) en eerder gericht op het pogen incidenten en conflicten te vermijden voor de recreatiesector en belangen van landgoederen dan het beschermen en verbeteren van de leefomstandigheden van de wolf.
Er zijn geen vooraf aangewezen zones met structurele rustmaatregelen, al dan niet tijdelijk. De recreatiedruk in bos- en heidegebieden blijft hoog en er wordt geen rekening gehouden met de kerngebieden, prooibehoeften en ruimtelijke behoeften van de wolf. Na het afschot van wolf “Bram” is het gewoon weer als voorheen toegestaan om in grote delen van het wolvenleefgebied de honden los te laten, er wordt hier in ieder geval niet op gehandhaafd. Recreatie- en hondenbeheer is te laat en te zwak.
➡️ Dat kan worden gezien als onvoldoende invulling van de plicht om verstoring te voorkomen, een expliciete eis uit de Habitatrichtlijn.
De provincie wéét (of behoort te weten) dat loslopende honden verstoring veroorzaken, escalaties uitlokken en kunnen leiden tot incidenten die druk zetten op wolvenbescherming en de opmaat kunnen zijn tot probleemgedrag met serieuze conflicten tot gevolg.
➡️ Door hier niet proactief op te sturen verhoogt de provincie het risico op dit “probleemgedrag”, wat juridisch tegen haar kan werken.
Er is sprake van gebrekkige regie en onduidelijke communicatie richting terreinbeheerders, gemeenten, bezoekers en recreanten.
Er is geen helder, publiek herkenbaar provinciaal wolvenkader met concrete maatregelen in het gebied.
Het gevolg is dat terreinbeheerders moeten improviseren en burgemeesters van betrokken gemeenten uiteenlopende besluiten nemen of juist geen besluiten nemen na incidenten. De burgers krijgen tegenstrijdige signalen, begrijpen het belang van bescherming niet en weten niet waaraan ze zich te houden hebben.
➡️ Dit kan worden uitgelegd als tekortschieten in de regierol die de provincie heeft.
De afweging openbare veiligheid vs. bescherming
Incidenten met wolven en honden worden soms snel geframed als veiligheidsprobleem. Er is veel aandacht voor “dreiging”, maar weinig voor context, preventie en gedragsanalyse. De provincie loopt hiemee een juridisch risico:
● De Habitatrichtlijn vereist dat argumenten die de wolf benadelen zwaar onderbouwd zijn en dat alternatieven goed onderzocht worden.
● Te snelle opschaling naar het stigma van “probleemwolf” kan worden gezien als onvoldoende zorgvuldig en daarmee onrechtmatig.
Monitoring en kennispositie
Monitoring leunt sterk op landelijke structuren. Provincies zoals Gelderland en Drenthe investeren zichtbaarder in lokale data en gebiedsspecifieke analyses over bijvoorbeeld het ruimtegebruik van de wolven in hun leefgebieden.
Utrecht loopt het risico beslissingen te nemen met onvoldoende gebiedskennis, wat problematisch is bij een strikt beschermde soort. De kern van het falende wolvenbeleid ligt hem in te late actie, gebrek aan richting en sturing, onevenwichtige belangenafweging (recreatie vs. rustgebieden) en onderschatting van de rol van honden.
Dat alles samen kan in juridische zin worden uitgelegd als onvoldoende invulling van de zorgplicht.
Enkele praktische punten die nodig zijn om de bescherming van de wolf te optimaliseren en schade en incidenten te verminderen:
-De hoogte van de omheiningen langs de Doornseweg, waar zeer regelmatig wolven en ander wild doodgereden worden.
De rasters zijn op een aantal plekken niet veel hoger dan een meter, waardoor het wild vaak niet een paar honderd meter of kilometers om gaat lopen naar wildviaduct Treeker Wissel om de weg over te steken.
-Ook valt te denken aan een verlaging van de maximumsnelheid voor het verkeer op hoogrisico trajecten of oversteekpunten.
-Honden aan de lijn of tijdelijk weren in kerngebieden.
-Geef duidelijke adviezen aan het publiek, bijvoorbeeld bij een ontmoeting met een wolf. Jaag hem actief weg. Blijf niet stil staan, deins niet terug. Uiteraard niet gillen of in een hoek drijven. Geef ruimte.
Nu er zich een territoriumhoudende reu bevindt in het gebied die eerder op Hoge Veluwe is voorzien van een GPS-halsbandzender, is het makkelijk om de kerngebieden van de wolf te duiden.
Het is opportuun om een ruime radius rond het werphol enkele maanden voor publiek en zo mogelijk militaire activiteiten te sluiten. Honden dienen geweerd of op zijn minst aangelijnd te zijn in een strook daaromheen.
Aangepaste richtlijnen hoe meer proactief te handelen bij een ontmoeting op korte afstand met een wolf behoort tot de informatieplicht van de provincies. Indien de kennis niet aanwezig is, is het verstandig om te rade te gaan bij deskundigen. Graag meerdere opinies raadplegen, aangezien deskundigen elkaar nog wel eens tegenspreken! Deze maatregelen kunnen confrontaties, conflicten en probleemgedrag voorkomen en kunnen veel ellende, kosten en moeite besparen.
Hoe zou een bestuursrechter of eventueel Europees gerechtshof kunnen kijken naar de vraag of de provincie Utrecht tekortschiet in haar verplichtingen rond wolvenbescherming gebaseerd op EU-recht (Habitatrichtlijn), nationale wetgeving (Omgevingswet) en vaste rechtspraak?
Een rechter zal het handelen of nalaten van de provincie toetsen aan Artikel 12 Habitatrichtlijn met betrekking tot de strikte (app.V) bescherming van de wolf. De rechter gaat beoordelen of aan zorgplicht en preventieplicht is voldaan met betrekking tot het voorkómen van verstoring en verslechtering van de leefomstandigheden van wolven in hun leefgebied.
Het evenredigheids- en zorgvuldigheidsbeginsel vereist dat de belangenafweging recreatie/bescherming deugdelijk en onderbouwd is.
De keuzes moeten uitlegbaar en feitelijk gedragen zijn.
Toetsing
Heeft de provincie haar preventieplicht nageleefd?
Heeft de provincie redelijke en tijdige maatregelen genomen om verstoring van een strikt beschermde soort te voorkomen?
Was de aanwezigheid of vestigingskans van wolven bekend of voorzienbaar? Zijn er vooraf maatregelen genomen (zonering, rustgebieden, hondenbeleid)? Of is pas ingegrepen na incidenten?
Zijn er überhaupt maatregelen ter bescherming en ter voorkoming van conflicten genomen? Hoe ziet het er nu uit, nadat de wolf al minimaal drie jaar gevestigd is in de regio?
Bij voorspelbare risico’s geldt een verhoogde preventieplicht
Als Utrecht weet dat wolven zich in of nabij de provincie ophouden, maar rust- en beschermingsmaatregelen alsmede maatregelen om conflictsituaties te voorkomen uitblijven kan dit als nalatig worden aangemerkt.
Is het belang van recreatie juridisch correct afgewogen tegen het belang van soortenbescherming?
Volgens vaste EU-rechtspraak is recreatie een legitiem belang, maar ondergeschikt aan strikte soortenbescherming. Een rechter gaat bekijken of expliciet gemotiveerd is waarom recreatie zwaarder zou mogen wegen:
● Zijn alternatieven onderzocht? (zonering, tijdelijke afsluitingen)
● Is verstoring objectief onderbouwd of genegeerd?
● Als recreatie feitelijk prioriteit krijgt zonder expliciete onderbouwing wordt dit gezien als schending van het voorrangsbeginsel van soortenbescherming.
● “Openhouden van gebieden voor publiek” puur om maatschappelijke rust te bewaren is geen geldig juridisch argument.
● Is het hondenbeleid proportioneel en adequaat?
● Zijn maatregelen genomen die effectief én passend zijn om bekende verstoringsfactoren te beperken?
De rechter kijkt naar de wetenschappelijke kennis over de rol van honden, of losloopgebieden zijn aangepast bij wolvenaanwezigheid, of handhaving en communicatie voldoende waren.
Het niet beperken van loslopende honden terwijl risico’s bekend zijn, kan worden gezien als onvoldoende zorgvuldige invulling van de beschermingsplicht.
➡️ De rechter hoeft niet te bewijzen dat honden dé oorzaak zijn, alleen dat het een bekende, significante risicofactor is.
Monitoring en kennisbasis op wetenschappelijke gronden
Besluiten moeten berusten op actuele, gebiedsspecifieke gegevens. Beschikte de provincie over voldoende lokale monitoringdata of werd/wordt beleid gebaseerd op aannames, incidenten of publieke druk?
Is er naar alternatieve oplossingen gekeken? Wolf “Bram” had in plaats van een afschotbesluit na enkele incidenten ook met paintball of pallets kunnen worden beschoten in het kader van zorgvuldige aversieve conditionering om het gedrag te wijzigen.
Heeft Utrecht aantoonbaar alles gedaan wat redelijkerwijs verwacht mocht worden? De combinatie van gebrek aan preventie, geen alternatieve oplossingen, onvoldoende zonering, zwak hondenbeleid, matige reactieve communicatie kan samen leiden tot het oordeel dat de provincie haar verplichtingen onvoldoende nageleefd heeft.
Conflict preventieve maatregelen
De provincies zijn verplicht om dierhouders mogelijkheden aan te bieden om vee preventief te beschermen. Dit kan gebeuren door wolfwerende omheiningen te plaatsen, elektrische nachtrasters of kuddebeschermingshonden in het geval van gescheperde kuddes in natuurgebieden.
Kennis en subsidies dienen geleverd te worden in een functionerend systeem. Terwijl echter in landen als België en Zweden dit soort maatregelen zo goed georganiseerd zijn dat er niet tot nauwelijks nog vee aangevallen wordt dat achter deze systemen staat, lijkt het in Nederland veel te vaak nog mis te gaan. Ten eerste is de animo voor wolfwerende omheiningen zeer minimaal, ten tweede blijkt het dat wolven nog regelmatig door “wolfwerende” systemen bij het vee kunnen komen.
Na controle door onafhankelijke experts blijken echter veel van die “wolfwerende” rasters, waar al wel subsidie voor is gegeven, niet tot nauwelijks aan de eisen van BIJ12 te voldoen. Dit lijkt mij te wijten aan een gebrek aan ondersteuning bij plaatsing van deze omheiningen, alsmede afwezigheid van enige nacontrole op de kwaliteit van de rasters en of ze voldoen aan de normen van BIJ12.
Dit zorgt uiteraard bij het publiek voor gebrek aan vertrouwen voor de systemen ook vanwege de berichtgeving in de media hierover.
Het feit dat vergoeding van de schade veroorzaakt door wolven niet gelinkt wordt aan enige voorwaarde, zoals het toepassen van preventieve maatregelen, zorgt ook voor weinig stimulans en de geringe populariteit van deze in principe prima maatregelen. De provincies hebben een belangrijke rol hierin, ze kunnen op elk moment de spelregels ten gunste van dierhouder, vee en wolf veranderen en een hoop ellende voorkomen.
Het stoppen met vergoeden van de schade bij het niet toepassen van wolfwerende maatregelen in wolvenleefgebieden zou een stap in de goede richting zijn, alsmede betere begeleiding en advies in het veld bij het plaatsen van wolfwerende omheiningen. Pas uitbetalen van subsidies na een goedgekeurde eindcontrole door een onafhankelijke deskundige.
De provincies en nationale overheid lijken nog in een soort bestrijdingsmodus te verkeren in het benaderen van de wolvenproblematiek. Dat is geen realistische benadering. De soort is beschermd en feit is dat de wolf niet meer weg gaat uit Nederland en dat de tools om conflictarm samen te leven reeds aanwezig zijn.
Pas deze correct toe en incidenten, conflicten en kosten kunnen tot een minimum beperkt worden, net zoals in landen die al langer ervaring hebben met de aanwezigheid van grote predatoren en daar oplossingsgericht mee omgaan.
Wolvenecoloog, Woudenberg
1998
Assistent wolvenbioloog Biescady, Polen
2000
Stageperiode Wolfpark Educational Research Center Indiana USA
Cursussen en veldwerk International Wolf Center Minnesota
Observeren wolven in Yellowstone
contacten met deskundigen
2002
Wildlife Management van Hall Larenstein
2004-2019, Zweden
Monitoring wolven in samenwerking met Zweedse landbouw universiteit SLU Ondernemer ecotoerisme mbt wolf en ecologie
Stageplaats eco opleidingen
Stageplaats voor stichting Ark, Free Nature en Zoogdiervereniging
Jachtopleiding bij Svenska Jägareförbundet
Actief in Zweedse Roofdiervereniging Svenska Rovdjursföreningen
Bemannen infostands, lezingen op agrarische bijeenkomsten, markten Actief met adviseren en opbouwen van roofdierwerende omheiningen Provinciaal verantwoordelijke Västra Götaland voor opbouwen en adviseren omheiningen voor Svenska Rovdjursföreningen
Organisator internationale seminars in regio Uddevalla
2020-2025, Nederland
Actief in informatievoorziening mbt wolven in Nederland,
Oprichter Facebook Groep Wolf (met ruim 20000 leden)
Initiëren van informatieve wandelingen op de Veluwe
Advies en hulp bij aanleg wolfwerende omheiningen in Nederland
Adviseren rechtszaken met betrekking tot wolven voor Faunabescherming, Werkgroep Wolf Leusden en Animal Rights