Afbeelding roedel Bram: Ramon van Bentum
Afbeelding roedel Bram: Ramon van Bentum
In het spoor van de wolf: veldwandeling met de Wolvenwachters Hoog Buurlo
Sinds mensenheugenis vormt deze nostalgische plek een landschapsbeeld van akkers, weiden, eikenhakhout, schaapdriften en schaapskooien, dat sinds de Middeleeuwen vrijwel ongewijzigd is gebleven. De tand des tijds heeft geen grip gekregen op deze oude landbouwenclave met zijn authentieke boerderijen en schaapskooien. Het ademt nog steeds een vroegere sfeer, alsof de tijd er honderden jaren heeft stilgestaan.
𝐻𝑎𝑛𝑠 𝑣𝑎𝑛 𝑑𝑒r 𝑃𝑜𝑙, 𝐶𝑜𝑜̈𝑟𝑑𝑖𝑛𝑎𝑡𝑜𝑟 𝑊𝑊𝐿 𝑊𝑜𝑙𝑓𝑤𝑒𝑟𝑒𝑛𝑑𝑒 𝑟𝑎𝑠𝑡𝑒𝑟𝑠, 𝑣𝑟𝑖𝑗𝑤𝑖𝑙𝑙𝑖𝑔𝑒𝑟 𝑊𝑊𝐿 𝑊𝑜𝑙𝑣𝑒𝑛𝑤𝑎𝑐ℎ𝑡𝑒𝑟𝑠 𝑒𝑛 𝑎𝑢𝑡𝑒𝑢𝑟
Onbewust word je er meegezogen onder ‘de sluier van het verleden’, zie je met gesloten ogen de druïdes uit de oudheid ronddwalend door de bossen op zoek naar kruiden en vruchten, en ruik je de zoete geuren afkomstig van de heide die je neusvleugels doen tintelen. De restanten van een Romeinse legerplaats, eeuwenlang verscholen onder de bodem, geeft de historische waarde van dit gebied weer, net als de lage eikenbossen waar vroeger looizuur uit eikenschors werd gewonnen voor de looierij.
Onveranderd zijn de heideschapen die dagelijks voor dag en dauw door de herder, vergezeld met zijn honden, over de schaapdriften naar de heide worden geleid. Het is een unieke plek van bossen en heiden waar rust, cultuur, schoonheid en geschiedenis met elkaar samensmelten.
Op die bijzondere locatie, waar het fluitconcert van de veldleeuwerik tot ieders genoegen vrolijk klinkt en de fruitbomen pronken met hun kleurrijke bloesems, organiseerde Stichting Werkgroep Wolf Leusden op een zonnige zondagmiddag voor de vrijwillige wolvenwachters een informatieve wandeling. Bewapend met goed schoeisel, lunchpakketje, notitie-materiaal en een volgeladen telefoon gingen elf deelnemers onder leiding van wolvendeskundige Rick van Malssen op pad voor een pittige wandeling.
Het startpunt was de schaapskooi waar volgens een legende in de buurt Kozakken liggen begraven die de Franse bezetters verjoegen, maar door hun barbaarse gedrag tegenover de bevolking door een legertje boze mannen uit het naburige Ugchelen zelf in de pan werden gehakt.
De route verliep als eerste over het pad langs de schaapskooien waar het leeg oogde. De heideschapen waren immers al vroeg in de ochtend met de herder en de honden vertrokken naar de heide.
Sinds een aantal jaren worden de schapen ook vergezeld door de twee Karpatische herdershonden, Nora en Ravi, die de kudde beschermen tegen een aantal wolven die sinds jaar en dag in de omliggende bossen verblijven. Via de oude beukenlanen kwamen we op een lang, kronkelig pad terecht dat ons met schitterende vergezichten over de heide voerde.
Terwijl we voortdurend werden getrakteerd op fluitconcerten van veldleeuweriken, vertelde Rick dat de schapen onder andere worden ingezet om pijpenstrootjes (een grassoort dat uitstekend groeit door een hoge stikstofneerslag) op te eten. Regelmatig wees hij op drollen die op het pad lagen. De meeste waren achtergelaten door vossen, maar we vonden toch de restanten die van een wolf moesten zijn geweest, al waren het er niet veel.
Op een kruising van zandpaden, met een bankje om in alle rust van het uitzicht en de stilte te genieten, hielden we een korte pauze en vertelde Rick het een en ander over de wolf, op welke wijze hij zijn prooidieren aanvalt en wat hij ervan eet.
Daarbij gaf hij ons ook inzicht in Zweedse onderzoeksresultaten over de werking van wolfwerende rasters, de prooidieren waarop de wolf jaagt en de natuurlijke balans die er ontstaat tussen de populatie wolven en prooidieren.
Na deze interessante uitleg liepen we verder en kwamen we uit op een immens grote zandvlakte omringd met bossen. Hier vonden we vele sporen van edelherten, vossen, zwijnen en ook van wolven, en konden we ook de verschillen in afdrukken goed herkennen.
Na deze speurtocht in het mulle zand was het tijd om dezelfde weg weer terug te lopen. De wolf, of andere wilde dieren, hebben we niet kunnen ontdekken, maar volgens Rick zou het heel goed kunnen dat ze ons stiekem bespieden vanachter de jeneverbessenstruiken die niet ver van het pad stonden. Van daaruit kunnen ze iedereen goed observeren en niemand die ze opmerkt.
Na ruim twee uur struinen over heide en zandduinen, waar we veel kennis hebben opgedaan over het gebied en zijn bewoners, kwamen we weer bij de schaapskooi aan.
Terwijl de laatste minuten van de middag wegtikten, het waterige zonnetje richting de horizon zonk en iedereen zich klaar maakte om huiswaarts te keren, graasden de schapen, onder toezicht van de kuddebewakingshonden, nog veilig op de heide.