Copyrights Belle, Eva en Bram: Ramon van Bentum
Copyrights Belle, Eva en Bram: Ramon van Bentum
Ze is een wolvenwachter…
Daar gaat ze, onveranderlijk rustig en standvastig. Er gaat geen dag voorbij, of ze is er. Dan loopt ze hier en later weer daar, maar steeds op de heiden en in die grote, donkere bossen. Ze is er altijd, in elk jaargetijde, samen met haar trouwe hond die niet van haar zijde wijkt. Of het nu regent of sneeuwt, vriest dat het kraakt, de zomerzon het hele land in zwijm laat vallen, of dat het zo hard waait dat de hoge bomen vurig dreigend met hun zware takken zwaaien, en de herfstbladeren als een zwerm spreeuwen wild om haar hoofd vliegen. Niets weerhoudt haar ervan om samen met haar trouwe hond de heiden en die grote, donkere bossen in te trekken, want...ze is een wolvenwachter.
Door Hans van de Pol, Coordinator WWL Wolfwerende Rasters, Wolvenwachter en auteur, 13 mei 2026
Mensen zien haar lopen, dan weer hier en later weer daar, en steeds op de heiden en in die grote, donkere bossen. Mensen kennen haar, maar niemand weet wie ze is. Soms groet ze, lacht ze vriendelijk en maakt ze een praatje. En soms ook niet, alsof ze niet gezien wil worden en met iets bezig is dat geheim moet blijven. Af en toe staat ze stil, waakzaam en alert, aandachtig kijkend in een richting waar niemand oog voor heeft, of opmerkzaam luistert naar iets waar geen ander oren naar heeft. Dan loopt ze weer verder met zachte fluwelen passen, verder over de heiden en door die grote, donkere bossen, want...ze is een wolvenwachter.
Zonder richting en zonder een route, maar aangespoord door de stem van de wolf, vindt ze haar weg. De wolf leeft in haar hoofd, vertelt haar waar te gaan en waar te zijn. Ze zoekt naar zijn achtergelaten sporen in het mulle zand, op het zachte mos, tussen de afgevallen bladeren of in het hoge gras langs de poelen en vennetjes. Overal waar de stem van de wolf haar naartoe wijst, en waar ze vermoedt dat hij daar is geweest, speurt ze naar zijn afwezigheid. Het is haar streven te ontdekken waar hij was, waar hij is en waar hij naartoe gaat, want...ze is een wolvenwachter.
Nog nooit, tijdens die vele keren, gedurende al die jaren dat ze loopt op de heiden en in die grote, donkere bossen, is ze hem tegengekomen. Ze weet dat hij er is, dat hij naar haar gluurt vanuit de verte, of van dichtbij, verscholen tussen de dichte struiken of vanachter de met mos begroeide bomen. Hij ziet haar, ruikt haar en hoort haar, maar laat zich niet zien. Ook haar trouwe hond, die altijd met haar mee op pad gaat, steevast aan haar zijde, merkt zijn aanwezigheid. Zijn oerinstinct bedriegt hem niet. Diep van binnen voelt hij zijn eeuwenoude soortgenoot, zijn bloedverwant in zijn buurt. Hij weet dat hij wordt bespied, beloerd en bekeken, en telkens op de heiden en in die grote, donkere bossen.
In gedachten praat ze met hem, zoals alleen zij dat kan. Ze voelt zijn reine ziel verweven met die van haar en haar trouwe hond. Ze wil hem waarschuwen voor gevaar, behoeden voor onheil en beschermen tegen het kwaad. Ze wil waken over hem zolang hij daar is, op de heiden en in die grote, donkere bossen. En eens zal ze hem ontmoeten, zal ze tegenover hem staan en diep in zijn warme ogen kijken en zeggen: “Ik ben jouw wolvenwachter...”