Copyrights Bram: David Liesker
Copyrights Bram: David Liesker
Wolfwerend raster werkt niet? Kijk eens naar de aarding!
Door Hans van der Pol, vrijwilliger WWL Wolfwerende rasters
Het gebeurt maar al te vaak dat je deze kritiek over wolfwerende rasters te horen krijgt: “Ik heb alles volgens de regels aangelegd en gebouwd. De stroomdraden precies op de juiste hoogte, netjes strak gespannen zodat ze nergens doorzakken. In de hele omheining is geen opening te vinden, ook niet bij de toegangspoort. Het gras eronder kort gemaaid. Er staat een flinke klap spanning op, en toch…! Toch nog een wolf die tussen de draden door naar binnen is geslopen.
“zie je nu wel!”, zullen de tegenstanders van de wolf roepen. “Wolfwerende rasters werken niet! Die zijn waardeloos, want de wolf voelt geen stroom!”
Het kan kloppen dat de wolf, die er toch nog tussendoor piepelt, geen stroom voelt, omdat er iets niet klopt aan de stroomkring. Het gedeelte boven de grond, het visuele, zal ongetwijfeld piekfijn in orde zijn. Het probleem zal hem zitten in het onderdeel dat je niet kunt zien: de stroomgeleiding onder de grond, oftewel de aarding. Wil een wolf de volle mep stroom krijgen, als hij met zijn snufferd een stroomdraad aanraakt, dan zal er een stroom moeten lopen vanaf de geleiders (de stroomdraden) door zijn wolvenlijf (van zijn neus tot zijn poten) en via de grond naar de aardpennen, waar de stroom weer wordt teruggeleid naar het schrikdraadapparaat. Het cirkeltje is rond, het circuit is gesloten en er kan een stroom lopen.
Er zijn enkele oorzaken op te noemen waardoor ‘het cirkeltje niet rond is’. De stroom door de grond ondervindt dan te veel weerstand, waardoor de stroom de aardpennen niet of niet goed bereikt. Een droge, zanderige grond geleidt slechter dan een natte kleigrond. Water is een goed geleider, daarom kan tijdens een hele lange, droge periode een bepaalde grondsoort sneller uitdrogen wat ook weer van invloed kan zijn op de geleiding. Als de aardpennen vlak naast of in een sloot zijn gemept, dan komt het de werking wel ten goede. Maar dan moet er wel een sloot in de buurt zijn. Is de grond toch droog, dan kun je de aardpennen in bentonite aardemix zetten. Dit is een goedje dat vocht aantrekt en de aardpennen zodoende vochtig blijven.
Hoe kun je nu weten of de aarding gebreken vertoont? Je kunt een vrijwilliger inschakelen en die verplicht stellen om langs de hele omheining te gaan voelen, om hem daarna te vragen hoe zijn schokkende ervaring was. Maar je kunt het ook op een andere, meer humane manier doen (minder ‘mensproefachtig’). Meet of er meer dan 3000 Volt spanning staat op de afrasteringsdraad, op minimaal 100 meter verwijderd van het aardingssysteem. Maak dan kortsluiting, zodat er minder dan 1000 Volt op de afrastering staat, op dezelfde positie waar je net hebt gemeten. Je kunt kortsluiting maken door metalen pennen tegen de afrasteringsdraad te zetten. Meet de spanning op het aardingssysteem. Bedraagt deze meer dan 300 volt, installeer dan meer aardpennen en voer de test opnieuw uit, omdat de aarding dan niet voldoende is om een veilige en betrouwbare afrastering te garanderen.
Het is dus zeer belangrijk om regelmatig de omheining te controleren op gebreken. Niet alleen het visuele, maar ook de stroomkring. Het is van levensbelang voor de dieren die je wil beschermen…
(Bron: schrikdraad.net)