Copyrights Bram: Sjaak Hoogendoorn
Copyrights Bram: Sjaak Hoogendoorn
Schaap
Volgens de BIJ12-cijfers en analyses zijn er in het jaar 2025 ongeveer 3.450 schapen gedood door wolven of vermoedelijk wolven. Het is een duidelijke toename ten opzichte van de jaren ervoor, mede door de groei van wolvenpopulaties en roedelgroottes. Maar de meest voor de hand liggende oorzaak is een gebrek aan degelijke veebescherming. Want er kunnen gerust honderd wolven aan een weidepoort staan te rammelen, zolang die in zijn geheel wolfproof is, komt de wolf er niet in.
Door Hans van de Pol, WWL Coördinator Wolfwerende rasters, WWL Wolvenwachter en WWL Auteur.
Zo’n 10.000 jaar geleden kwam het schaap in het bezit van de mens. Het was één van de eerste dieren die door hem werd gedomesticeerd uit het wilde schaap, waarvan de moeflon uit Zuidwest-Azië en de argalia uit Centraal-Azië de meest waarschijnlijke zijn. De eeuwen erna werd er gericht mee gefokt, geteeld, gekweekt, al dan niet met kruislings over en weer bestuivingen, dwars over het midden en weer terug, zodat er een mega lange lijst van schapenrassen ontstond met daarop schapen die elk hun eigen functie toebedeeld hebben gekregen.
Om het niet al te verwarrend te maken, in verband met de gebrekkige kennis van schapen, kunnen ze in Nederland onderverdeeld worden in heideschapen en weideschapen. De naam zegt het al: heideschapen worden als levende grasmachines ingezet in zanderige heidegebieden om die vrij te houden van ongewenste begroeiing, zodat het karakteristieke uiterlijk van het gebied behouden blijft. Weideschapen daarentegen worden ook ingezet voor begrazing, maar dan vooral in weilanden en dijktaluds om het gras kort te houden en de grond vast te trappen. Bovendien worden weideschapen ook gehouden voor de wol, melk en het vlees dat voornamelijk van de lammetjes afkomstig is.
Het vlees van lammetjes is erg gewild bij mensen. Ook de wolf lust er wel pap van, maar die maakt geen onderscheid tussen een lammetje en een volwassen schaap. De keuze tussen deze twee voedselbronnen is afhankelijk van de bereikbaarheid ervan: kan de wolf erbij, of kan hij er niet bij. Meestal lukt hem dat wel, vanwege de grotendeels gebrekkige veebescherming die sommige schapenbezitters erop na houden. Voordat de mens het genoodzaakt vond om het schaap zijn vrijheid te ontnemen, kon het in zijn eigen kudde gaan en staan waar het wilde, het zocht zijn eigen voedsel en kon schuilen en vluchten als er roofdieren of andere gevaren in aantocht waren. Nu heeft de mens zijn levenstaken overgenomen en is het schaap er geheel afhankelijk van geworden.
Door deze afhankelijkheid heeft het schaap weinig meer te kiezen, het zal zijn lot dat over hem wordt uitgeroepen moeten accepteren. De kans is groot dat hij het eerste levensjaar niet overleeft. Zij het door ziektes, infecties, foutieve voeding en voornamelijk de vroegtijdige afgang naar het slachthuis. Wanneer het schaap deze turbulente periode goed doorstaan heeft, volgt er een lange tijd van wol leveren, kauwen en herkauwen, sjouwen door mul stuifzand, banjeren door weilanden met Engels raaigras, overleven van hittegolven in de brandende zon, achterna worden gezeten door border collies, baldadige jongeren op fatbikes of andere vreemdsoortige mensen met een onvoorspelbaar karakter en uiteindelijk het loodje leggen door hongerige wolven.
Het schaap moet het geluk hebben dat zijn eigenaar goed voor hem zorgt en het dierenwelzijn hoog in het vaandel heeft staan. Wanneer dat niet het geval is, zal het een levenslange, zware strijd zijn van lijden en afzien. Zelfs na het overlijden voor een aantal schapen, als gevolg van een wolvenaanval, is de lijdensweg nog niet ten einde, wanneer hun zielen onderdanig moet voelen hoe hun lichamen door de ‘bezitter’ als mascottes aan het grote publiek getoond worden die daarmee hun eigen nalatigheid, tekortkomingen en een gebrek aan dierenliefde weg proberen te moffelen.
De wolf aan de schandpaal nagelen, is niet de oplossing. Ook niet het veelvuldig tonen van gedode schapen. Deze handelingen veroorzaken alleen maar meer problemen en is een ‘schop tegen het zere been’ van mensen die met succes aan veebescherming doen. Niet kunnen, niet weten of niet willen is geen excuus om het schaap niet te beschermen tegen wolven. Het is een plicht, omdat het schaap het zelf niet meer kan.